Gebitsproblemen – Kat

80% van de katten ouder dan 3 jaar heeft gebitsproblemen!

Ouderdom speelt natuurlijk een grote rol. Hoe ouder het dier, des te groter de kans dat tandplak en /of tandsteen aanwezig is. Ook is er een individuele aanleg voor de vorming van tandplak: het ene dier heeft er sneller last van dan het andere en ook de ernst van de gevolgen kan per dier verschillen. Verder kan er meer tandplak gevormd worden waar voedselresten zich gemakkelijk kunnen ophopen.

  • Tandplak is een laagje bestaande uit een combinatie van levende en dode bacteriën, calcium en fosfor uit het speeksel, voedselresten en water. De ruimte tussen de tand en het tandvlees is een ideale ruimte voor het verblijf en de groei van bacteriën. Tandplakvorming ontstaat daarom bij voorkeur langs de rand van het tandvlees. Door tandplak te bestrijden kan de vorming van tandsteen worden tegengegaan.
  • Tandsteen ontstaat wanneer er onder invloed van speeksel verkalkingen optreden in tandplak. Eenmaal gevormd tandsteen is niet met chemische middelen of met tanden poetsen meer op te lossen. Door het ruwe oppervlak is tandsteen een ideale plaats voor bacteriën waardoor er een verhoogde kans op tandvleesontsteking en parodontitis ontstaat.
  • Tandvleesontsteking (gingivitis) wordt veroorzaakt door bacteriën uit voedselresten, tandplak en tandsteen. Bacteriën hopen zich op tussen de tand en het tandvlees en tasten zo het tandvlees aan. Het tandvlees wordt rood en gezwollen en bloedt gemakkelijk. De ontsteking verspreidt een onaangename geur waardoor uw huisdier erg uit z’n bek stinkt. Tot dit moment is het proces nog reversibel: als het gebit professioneel gereinigd wordt, kan het tandvlees zich weer geheel herstellen en kan de mond en het gebit weer gezond worden.
  • Parodontitis is een tandvleesontsteking die zich tot in de diepere delen heeft uitgebreid. Dit kan leiden tot weefsel- en botafbraak en het terugtrekken van het tandvlees, waardoor de wortels van de tanden en kiezen bloot komen te liggen. Uiteindelijk verliezen de tanden en kiezen hun stevigheid in de kaak en kunnen ze uitvallen. Een parodontitis is irreversibel, dus niet meer terug te draaien, en extractie van aangetaste elementen is in dit stadium de enige oplossing.

Tandhalslesies of (FO)RL

Wat is het? Tandhalslesie is eigenlijk een verouderde benaming. Tegenwoordig wordt de ziekte FORL of RL genoemd. FORL staat voor Feline Odontoclastische Resorptieve Lesie. Men schat dat minstens 40% van de katten last heeft van resorptielesies, maar helaas blijft de aandoening vaak onopgemerkt en dus onbehandeld.

De afwijking ontstaat doordat tandoplossende cellen aangezet worden tot het afbreken van de tand. De tand wordt aangetast op de overgang van de tandkroon (boven het tandvlees) en de tandwortel (onder het tandvlees). Als dit proces zich verder uitbreidt, kan de lesie zelfs in de zenuwholte komen, wat kiespijn veroorzaakt. Resorptielesies verzwakken de tand steeds verder, waardoor deze uiteindelijk kan afbrokkelen of volledig afbreken.

Schematisch overzicht van een tand met resorptielesies die de kroon en wortel van de tand oplossen. Ook de zenuwholte is aangetast.
Schematisch overzicht van een tand met resorptielesies die de kroon en wortel van de tand oplossen. Ook de zenuwholte is aangetast.

FORL is een progressieve aandoening, dit wil zeggen dat als de ziekte zich eenmaal openbaart bij één element er na verloop van tijd steeds meer tanden en kiezen aangetast zullen worden.

FORL
Dentale röntgen FORL

De oorzaak blijft helaas nog steeds onbekend, ook na jaren wetenschappelijk onderzoek. Wel wordt vermoed dat tandplak en tandsteen een rol spelen in de vorming van resorptielesies. Ook raskatten ontwikkelen vaker en zelfs al op jonge leeftijd resorptielesies.

Symptomen van een resorptielesie herken je doordat net boven het tandvlees een stukje bloederig weefsel zit. Soms zie je echt een gat in de tand of kies. Maar meestal zijn resorptielesies subtiel en juist lastig te herkennen tijdens een bekinspectie en lijkt het eerder op een plekje met ontstoken en rood tandvlees.

Een kat met resorptielesies heeft kiespijn, maar dat laat een kat niet altijd duidelijk merken.

  • Aanwijzingen voor resporptielesies zijn:
  • Uit de mond stinken
  • Overmatig kwijlen met bloed erbij door bloedend tandvlees
  • Vermageren
  • Niet willen eten of alleen nog zacht voer willen eten
  • Met een scheve kop eten
  • Plotseling stoppen met eten of drinken 
  • Humeurig zijn, meer slapen

De diagnose kan vaak wakker niet gemaakt worden. Door de pijnlijkheid van de aandoening zullen katten vaak niet goed in hun mond laten kijken. Bovendien zullen zonder röntgenfoto’s enkel de lesies worden opgespoord die zich boven het tandvlees bevinden en bestaat de kans dus dat andere lesies over het hoofd gezien worden en onbehandeld blijven.

Therapie Er zijn verschillende therapieën geprobeerd. Variërend van vullen, gebitsreiniging en polijsten, en preventieve fluorbehandelingen. Echter, niets geeft verbetering en de tandoplossende cellen blijven het tandweefsel afbreken. De enige afdoende therapie om een kat met resorptielesies pijnvrij te krijgen, is het trekken van de aangetaste tand of kies. Dat is soms een lastig en secuur klusje, omdat tanden met resorptielesies fragiel zijn en makkelijk afbreken. Het is uiterst belangrijk om alle wortelresten te verwijderen om ervoor te zorgen dat een kat pijnvrij kan worden.


Resorptielesie van de voorste kies bij een kat. Ontstoken en rood tandvlees groeit over het resorptielesie   
in de kroon van de kies.
Resorptielesie van de voorste kies bij een kat. Ontstoken en rood tandvlees groeit over het resorptielesie in de kroon van de kies.
Resultaat na extractie van de voorste kies bij een kat
Resultaat na extractie

Katten met gingivitis hebben meer kans op het ontwikkelen van resorptielesies, maar in veel gevallen vormt ontsteking niet de basis voor het probleem. Aangezien er nog veel onduidelijkheid bestaat over de oorzaak van de aandoening is het ook moeilijk om te voorkomen dat je kat resorptielesies krijgt.

Toch kun je een aantal dingen doen: Op jonge leeftijd je kat aanleren in de mond te laten kijken.

Tandplak en tandsteen voorkomen door te zorgen voor goede mondhygiëne. Het dagelijks poetsen van het gebit is de beste preventie. Als je kat poetsen niet toelaat, kun je eventueel gebruik maken van ontsmettende tandpasta’s of supplementen zoals orozyme bucco-fresh. Verder is kauwen heel belangrijk om tandplak te voorkomen door je kat op een grote brok te laten kauwen, zoals Hill’s t/d. Het eetgedrag van je kat in de gaten houden.

Gingivitis Stomatitis Complex (GSC)

Deze aandoening wordt gekenmerkt door steeds terugkerende tandvleesontstekingen in de mond van de kat. Hierbij is niet alleen het tandvlees ontstoken (gingivitis), maar ook het overige slijmvlies achter in de mondholte na de laatste kiezen (stomatitis).

Bij sommige katten beginnen de problemen al op heel jonge leeftijd (6 maanden), waarbij al erg rood en ontstoken tandvlees te zien is terwijl het gebit er schoon uit ziet. Gemiddeld ontstaan de eerste symptomen bij katten rond de leeftijd van 7 of 8 jaar. Bepaalde rassen (Main Coon, Burmees, Siamees en Oosterse Korthaar) zijn gevoeliger om deze ziekte te ontwikkelen.

GINGIVITIS STOMATITIS COMPLEX (GSC) Deze aandoening wordt gekenmerkt door steeds terugkerende tandvleesontstekingen in de mond van de kat

Symptomen

  • Stinken uit de bek
  • Kwijlen en speekselen
  • Moeite hebben met slikken
  • Met een scheve kop eten, omdat het pijnlijk is
  • Niet willen eten en vermageren
  • Pijnlijke bek bij open doen
  • Humeurig zijn

De oorzaak van het ontstaan van GSC bij de kat is nog niet geheel duidelijk, maar de overmatige reactie van de slijmvliezen op tandplak speelt een rol. Omdat tandplak bij elke maaltijd op de elementen achter blijft, is er een continue overmatige reactie van het tandvlees en het slijmvlies. Verder lijken virussen een rol te spelen. Zo wordt bij 95% van de katten met gingivitis stomatitis complex het FCV virus geïsoleerd. Echter kan bij een gezonde kat geen gingivitis stomatitis complex worden opgewekt door een besmetting met het FCV virus.

Dit suggereert dat er ook andere factoren meespelen in de ontwikkeling van gingivitis stomatitis complex:

  • Tandplak en tandsteen
  • Afgebroken tanden en kiezen (eventuele wortelresten)
  • Tandhalslaesies /FORL’s
  • Verminderde weerstand door bijvoorbeeld een virusziekte als kattenaids (FIV), leucose (FeLV), Calici (FCV) en Herpes (FHV-1)
  • Voedselallergie
  • Atopie (omgevingsallergie)
  • Idiopathisch (dat wil zeggen dat de oorzaak onbekend is)

De diagnose wordt gesteld door het bekijken van de mondholte. Omdat de behandeling afhankelijk is van de onderliggende oorzaak is aanvullend onderzoek vaak noodzakelijk. Bloedonderzoek is nodig om kattenaids en leucose uit te sluiten, terwijl met het maken van röntgenfoto’s bekeken kan worden of er slechte elementen en wortelresten van afgebroken tanden of kiezen aanwezig zijn.

Therapie Afhankelijk van de onderliggende oorzaak en de ernst van de verschijnselen kan vervolgens een behandelplan opgesteld worden. De behandeling bestaat uit diverse stappen.

In eerste instantie kun je GSC behandelen met een goede gebitsverzorging. Tandenpoetsen, gebitsverzorgende producten, speciale voeding en een professionele gebitsreiniging onder narcose kunnen de ernst van de ontsteking verminderen. Helaas is dit uiteindelijk altijd onvoldoende om de ontstekingen volledig onder controle te krijgen. De volgende stap is om alle kiezen te verwijderen en soms blijkt het ook noodzakelijk te zijn om de hoektanden en voortanden te trekken. Dit is een rigoureuze behandeling, maar meer dan 50% van de katten zal hierna genezen zijn. Bij een kleine groep duurt het echter nog weken tot maanden voordat de ontstekingen in de mondholte volledig tot rust gekomen zijn, maar uiteindelijk zal ook deze groep volledig genezen met behulp van bijkomende medicatie. Helaas zal een klein percentage katten met GSC nooit volledig genezen en altijd pijn blijven ervaren. Met blijvend bijkomende medicatie zal geprobeerd worden om zo goed mogelijk de terugkomende ontstekingen te onderdrukken zodat ook zij een redelijke goede kwaliteit van leven kunnen hebben.

Medicatie voor de behandeling van GSC bestaat uit pijnstilling, antibioticum, corticosteroïden of cyclosporine. Het is beter om geen corticosteroïden te geven voordat alle kiezen getrokken zijn. Deze medicijnen remmen de ontsteking sterk af, maar op langere termijn werken ze averechts. Ze zullen eerder in de hand werken dat het probleem blijft terugkomen en in sterke mate aanwezig zal blijven nadat alle kiezen getrokken zijn. Bij katten die na totale extractie nog onvoldoende genezing laten zien, kunnen echter wel corticosteroïden worden ingezet om hun klachten te onderdrukken. Omdat corticosteroïden op lange termijn ongewenste bijwerkingen hebben, wordt als alternatief cyclosporine gebruikt. Dit product heeft minder negatieve bijwerkingen op het lichaam, zoals bij corticosteroïden.

Verder kan er gebruik gemaakt worden van Virbagen omega ® injecties in combinatie met pijnstilling. Deze injecties werken immuunstimulerend (oftewel weerstand verhogend middel) en geven bij sommige katten goede resultaten, vooral katten die een Calicivirus infectie hebben. Helaas is deze behandeling duur en is het effect vaak teleurstellend.

Heeft u vragen over het gebit van uw kat, onze assistentes staan u graag te woord.

Neem een kijkje in onze tandartsen ruimte.

Lasertherapie

Meer Informatie

Preventie en onderhoud gebit kat

Meer Informatie

Huisdierenverzekering

Meer Informatie

Dierenarts Jessica

Heeft u vragen over het gebit van uw kat, neem dan contact met ons op.

Open chat
1
Scan de code
Beste bezoeker,👋
Whatsapp is bedoeld voor:
o Bestellingen
o Doorgeven van updates
o Sturen van foto’s / filmpjes

NIET bedoeld voor:
o Spoed
o Afspraken maken
o (video) bellen

Wij beantwoorden de app tijdens openingstijden en proberen dezelfde dag nog te reageren.

{https://www.dierenartspurmerend.nl}